Column: Telefoontaferelen

Ik doe van alles met mijn telefoon. Twitter, WhatsApp, YouTube, mail, Google, spelletjes. Maar waar het ding eigenlijk voor bedoeld is, dát doe ik dan weer niet: bellen. Ik ben er niet bang voor, maar het voelt gewoon zo stom. Alsof je mensen stoort. Alsof het niet belangrijk genoeg is. Ik bedoel, als het haast heeft, dan doe ik het echt wel. Aan mama vragen of ik het laatste plakje cake mag hebben, bijvoorbeeld. En ik begrijp ook wel dat het soms gewoon noodzakelijk is. Dat ik verdorie journaliste wil worden. Dus soms pak ik dan toch de telefoon op, toets het nummer in en wacht.

Tijdens die paar piepjes van het overgaan ijsbeer ik meestal al een halve marathon. Maar alsof dat nog niet vermoeiend genoeg is, wordt er daarna nog van je verwacht dat je een fatsoenlijk gesprek voert. Onmogelijk, want bellen is één van de ongemakkelijkste dingen die er bestaan. Doordat je elkaar niet kunt zien, weet je nooit of de ander iets wil zeggen of niet. De ene keer praat je tegelijk – ‘Ik…’ ‘Heb…’ ‘Oh. Ga jij maar eerst.’ ‘Nee, ga jij maar.’ – de andere keer praat er helemaal niemand – ‘…’ – en ik weet niet precies welke van de twee nou erger is. Het laatste, denk ik. Ongemakkelijke stiltes zijn normaal al eh, ongemakkelijk, maar de telefoon versterkt dat nog extra erg.

Maar hoewel ik af en toe echt hoop dat er niemand opneemt, is de voicemail nog veel erger. ‘Hallo, met –naam-.’ ‘Hoi! Hoe gaat het?’ ‘Ik ben er nu even niet. Spreek een bericht in na de piep.’ Oh. Nu moet mijn brein even omschakelen, hoor. Geef me een minuutje de tijd om te bedenken wat ik in wil spreken. Oh wacht, daar is de piep al. ‘Ja, hoi, met Maaike. Je bent er niet, dus eh… Eh… Nou ja. Laat ook maar.’

En dan heb je ook nog dat probleem met huistelefoons. Dan doel ik nog niet eens op die blik die iedereen elkaar geeft als de telefoon gaat en niemand op wil nemen (‘ik heb het net al gedaan’), maar op je onzekerheid als beller. Bij mobieltjes weet je wie er op gaat nemen, maar bij huistelefoons nooit. ‘Wil jij even die en die bellen?’ ‘Ja, maar dadelijk neemt die op. Ik weet nooit wat ik daartegen moet zeggen’ ‘Dan vraag je gewoon of die ander er is.’ ‘Maar dat is ook raar. Toch?’ (TOCH?)

Om nog maar niet te spreken over hoe bellen is als je stottert. Ja, ik snap de voordelen van bellen en ik doe het ook wel, maar ik geloof niet dat het ooit een hobby gaat worden. Behalve met oma dan, bij wie vijf minuten bellen altijd in een uur verandert. Wat de rest betreft: misschien moet ik gewoon maar oefenen. Dus als je verder nog tips hebt, kun je me bellen op 06…

Bel jij vaak?

Met speciale dank aan oma voor het maken van de foto. :)

 

9 thoughts on “Column: Telefoontaferelen

  1. Op het werk heb ik geen hekel aan bellen (is ook wel lastig als je op de klantenservice werkt), tenzij er iemand meeluistert. Maar prive… ik heb een nichtje, vroeger mijn beste vriendin, en van mijn ouders moest ik haar zelf bellen om af te spreken want dat wilden zij niet regelen. Maar het grootste probleem: waar zij woonde waren 3 woningen onder 1 dak, maar ze deelden ook hetzelfde telefoonnummer. Dus als ik haar moest bellen was er niet alleen de kans dat ik één van de gezinsleden aan de lijn kreeg in plaats van haarzelf, het konden ook haar buren zijn. Horror!
    Jenn onlangs geplaatst…Afgelopen week… #40My Profile

  2. Haha, heel herkenbaar! Ik bel eigenlijk nooit omdat dat niet gaat met mijn gehoorprobleem, maar ook als het wel zou kunnen zou ik het niet graag doen denk ik. Ik zit wel eens in de kamer als een van mijn ouders aan de telefoon is en je hoort soms gewoon hoe awkward het kan worden als een van beide niet meer weet wat-ie moet zeggen of iets dergelijks.
    Vivian onlangs geplaatst…Waarom ik al sinds mijn zestiende donor benMy Profile

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge