Column: Fantasieloos

Anderhalve week geleden had ik een meeloopdag op de Hogeschool van Utrecht. Bij wijze van minilesje moesten we elkaar interviewen, maar niet zomaar als onszelf – nee, we moesten ons inleven in de rol van deskundige van de planeet Saturnus, therapeut voor dieren met seksproblemen of ontwerper van luchtkastelen. ‘Leuk!’ zou de 7-jarige Maaike hebben gedacht. ‘Jeetje, wat moeten we hier nou mee?’ dacht mijn 17-jarige zelf.

De afgelopen tijd heb ik er wel vaker aan gedacht: de meeste volwassenen hebben nog maar bar weinig fantasie. Voor Frans moesten we De kleine prins lezen (eigenlijk dus Le petit prince, maar als hij vertaald is wordt het Nederlandse boekje toch wel heel verleidelijk), wat ook helemaal gebaseerd is op fantasie en me er weer eens op wees dat het zoveel leuker zou zijn als ik het nog allemaal zou geloven. En de gedichten die we bij Nederlands lezen herinneren ons eraan dat we vroeger figuren in de wolken zagen. Toen nog wel.

Ik ben in principe niet zo’n voorstander van het terug willen gaan naar de kindertijd, maar soms zou het best leuk zijn. Heel wat jaren terug tekende ik papa in een maillotje, schreef ik mijn allereerste echte verhaaltje over de kauwgomballenclub die inbrekers met kauwgom vastplakte aan de trap (inclusief illustraties) en droomde ik over zonnebloemen als trampolines en verdrinken in snoepjes. Hoewel dat laatste ook iets zou kunnen zeggen over mijn toenmalige liefde voor snoep.
Sinds ik heb bedacht hoe weinig daar eigenlijk nog maar van over is, let ik er constant op.  Ik glimlach om het kindje dat in de bieb een feestje geeft voor zijn moeder en de knuffelbeesten en het valt ook ineens heel erg op dat de meeste kinderboekjes een pratend dier in de hoofdrol hebben. Ik gok dat de gemiddelde romanschrijver heel wat lezers zou verliezen als hij een fabeltjesfiguur in zijn verhaallijn zou verwerken – want ja, daar kun je je toch helemaal niets bij voorstellen?
Natuurlijk zie ik nog scenario’s voor me die nooit zullen gebeuren en dagdroom ik vaak. Bovendien vormen zich hele fictieve verhalen in mijn hoofd, daar ben ik immers schrijfster voor (ben je schrijfster als je schrijft?).  Dus ja, wat dat betreft heb ik nog genoeg fantasie. Maar pratende dieren, elfjes en monsters? Die tijd is voorbij. Hoewel…
Ik ga mijn fantasie terugzoeken. Misschien is het arme ding wel ontvoerd door aliens of zo.
 
Mis jij ook die grote fantasie van vroeger?



Fantasy is a necessary ingredient in living, it’s a way of looking 
at life through the wrong end of a telescope, and that enables you 
to laugh at life’s realities – Dr. Seuss

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge