Column: Lachen is gezond

Lachen is gezond

Met een pot pindakaas in mijn ene hand en een krop sla in de andere loop ik richting de kassa. Er zit een twee euromuntje tussen mijn vingers geklemd, net als toen ik vroeger op de camping stokbrood ging halen. Het is rustig in de winkel, dus ik ben snel aan de beurt. Aan de vermoeide hoofden van het personeel te zien, is het vandaag echter wel anders geweest. Toch geeft de caissière, voor de verandering een volwassen vrouw, me een stralende glimlach. ‘Twee euro, alsjeblieft,’ zegt ze. Ik overhandig haar het geld en lach terug. ‘Precies genoeg,’ voeg ik eraan toe. Ze geeft me het bonnetje en wenst me een heel fijne dag. Ik roep ‘hetzelfde’ en loop weg. Dat alles duurde slechts een halve minuut, maar toch hangt die glimlach nog minutenlang om mijn lippen.

Read more

Column: Telefoontaferelen

Ik doe van alles met mijn telefoon. Twitter, WhatsApp, YouTube, mail, Google, spelletjes. Maar waar het ding eigenlijk voor bedoeld is, dát doe ik dan weer niet: bellen. Ik ben er niet bang voor, maar het voelt gewoon zo stom. Alsof je mensen stoort. Alsof het niet belangrijk genoeg is. Ik bedoel, als het haast heeft, dan doe ik het echt wel. Aan mama vragen of ik het laatste plakje cake mag hebben, bijvoorbeeld. En ik begrijp ook wel dat het soms gewoon noodzakelijk is. Dat ik verdorie journaliste wil worden. Dus soms pak ik dan toch de telefoon op, toets het nummer in en wacht.

Read more

Column: De Stapel

Ik houd van orde. Ik maak overal lijstjes van, sorteer die lijstjes ook weer en ik plan mijn dagen zo veel mogelijk in. Als je dat hoort, zou je dan ook niet zeggen dat mijn kamer een vreselijk *piep*-bende is. Kamers in het meervoud eigenlijk, want ik heb er twee. Helaas is het dan ook dubbel zo erg. Maar soms geef ik mezelf een schop onder mijn kont om toch maar eens op te ruimen, ofwel omdat ik iets kwijt ben, ofwel omdat ik ben gestruikeld over iets op de vloer, ofwel omdat mijn moeder er vriendelijk doch dringend aan herinnerd heeft – al vijf weken lang. Als ik nou talent voor opruimen zou hebben, zou ik het niet zo erg vinden. Helaas heb ik dat niet echt. Of echt niet.

Read more

Column: Bij nader inzien

Bron: Marta Esteban Fernando via Unsplash. Gevalletje hier-past-echt-geen-foto-bij. Of je relaties ziet tussen deze afbeelding en de tekst, laat ik helemaal aan jou over.

24 september, eind van de ochtend. Ik zit op een bankje bij de bushalte aan de Prins Hendrikkade. Rechts van me staat een zakenman in pak, links een toeristenfamilie met een kindje in een buggy. Er komt een oudere man aanlopen. Haar in een staartje, hij mist een tand. ‘Buikslotermeerplein?’ vraagt hij aan de buitenlandse vrouw. Ze haalt haar schouders op, een blik van afgrijzen in haar ogen, en loopt een paar meter van het bushokje vandaan. De man naast me volgt haar voorbeeld, terwijl hij nadrukkelijk zijn oordopjes in doet. Waarom zou je zo’n junk helpen?

Read more

Column: Piercings en paarse haren

Ik heb altijd vrij zeker geweten wie ik was. Geen identiteitscrisis inclusief felle haarkleuren en experimenten met drank en sigaretten, geen moeilijk gedoe omdat ik werkelijk geen idee had wat ik wilde studeren en ook niet dat ik me op de ene dag heel anders voelde dan op de andere. Ik weet precies hoe ik reageer in bepaalde situaties en wat ik leuk vind. Maar toch… de afgelopen weken schoot steeds vaker door mijn hoofd dat ik misschien niet helemaal ben zoals ik denk. Diagnose: ik heb een aaah-crisis.

Read more